geluierd

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lui·erd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: luieren…
geen verbogen vorm

geluierd

  1. voltooid deelwoord van luieren

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be