geflits


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·flits
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geflits
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geflits o [1]

  1. het aanhoudend afgaan van de flits van een fototoestel; het aanhoudend foto's maken
    • Het geflits van smartphones is storend en door de slechte kwaliteit van de kiekjes ziet het voedsel er vaak onappetijtelijk uit, menen de chefs. Ook voelen ze de hete adem van de internetgemeenschap in hun nek: een culinair foutje beperkt zich niet tot de gast, maar kan online met duizenden anderen worden gedeeld.[2] 
    • Boetes zijn geschreven in correct Nederlands en bevatten nooit opvallende (spel)fouten (Bijvoorbeeld: geflits ipv geflitst)[3] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad M01794 17-02-2014
  3. Tubantia Sanne Riepema 10-01-2017 Echt of nep? Consternatie rond verkeersprenten
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be