Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
cacher
cachais
caché
eerste groep volledig

Werkwoord

[A] cacher

  1. verstoppen, verbergen

Bijvoeglijk naamwoord

[B] cacher

Schrijfwijzen

Verwijzingen

  1.   Weblink bron cacher in: Trésor de la langue française informatisé (TFLi), Dictionnaire de l’Académie française, neuvième édition (1992-) op cnrtl.fr