Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aders

Zelfstandig naamwoord

aders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ader
     De spieren en aders in zijn nek zwollen op en de vingers van zijn linkerhand waren tot een vuist gebald.[1]
Synoniemen

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2