Maghrebijn


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ma·ghre·bijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Maghrebijn Maghrebijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Maghrebijn m

  1. iemand uit Noord-Afrika
    • ‘In het begin was het hier echt heel goed leven. Geen enkele deur was gesloten. Er was veel sociale interactie, zelfs tussen Vlamingen en Maghrebijnen’ [1] 
    • Hier doen alleen enkele communisten op leeftijd een poging de van oorsprong vooral Afrikaanse en Maghrebijnse kiezers te verleiden. „En wij zijn hier altijd, niet alleen rond verkiezingen”, verzekert Elisabeth Été, die in het communistische stadsbestuur wethouder is. [2] 
Verwante begrippen


Gangbaarheid


Verwijzingen