verachtens

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ach·tens

Zelfstandig naamwoord

verachtens

  1. genitief van verachten
    • En tot verachtens toe ergerde haar het kleine afdingen en uitzuinigen der minder aanzienlijken en der van arm rijk gewordenen.[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Van de koele meren des doods
    Frederik van Eeden