scheitje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schei·tje

Zelfstandig naamwoord

scheitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schei
Woordafbreking
  • scheit·je

Zelfstandig naamwoord

scheitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord scheit