Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ram·mei

Werkwoord

vervoeging van
rammeien

rammei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammeien
    • Ik rammei. 
  2. gebiedende wijs van rammeien
    • Rammei! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammeien
    • Rammei je? 

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be