Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
  • [1] po·tje
  • [2] poot·je

Zelfstandig naamwoord

pootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord po
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord poot
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be