naffers

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naf·fers
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

naffers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord naffer

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be