• ko·ki

koki

  1. (bezigheid) en (beroep) kok, kokkin


koki

  1. verouderde spelling of vorm van koka tot 2012 [1]
(verouderd) bepaalde vorm nominatief meervoud van kok, o
  1. Taalhervorming 2012:
    Ny rettskriving for 2000-talet (in het Nynorsk)
    3.1.3 Bunden form eintal av sterke hokjønnsord og bunden vorm fleirtal av inkjekjønnsord