• kid·nap
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ontvoering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1953 [1]
vervoeging van
kidnappen

kidnap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    • Ik kidnap. 
  2. gebiedende wijs van kidnappen
    • Kidnap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    • Kidnap je?