heuvelen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heu·ve·len

Zelfstandig naamwoord

heuvelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord heuvel
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be