gepurperd

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·pur·perd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: purperen…
verbogen vorm: gepurperde

gepurperd

  1. voltooid deelwoord van purperen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be