frontal


Engels

stellend vergrotend overtreffend
frontal more frontal most frontal

Zelfstandig naamwoord

frontal

  1. frontaal
    «He launched a frontal attack.»
    Hij ontketende een 'fontale aanval.
  2. (anatomie) op het voorhoofd betrekking hebbend
  3. (anatomie) ~ bone: voorhoofdsbeen
    «The frontal bone protects the brain.»
    Het voorhoofdsbeen beschermt de hersenen.
Afgeleide begrippen