• for·men

formen

  1. gebiedende wijs van formene

formen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van form


  • for·men
Naar frequentie 7725

formen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van form


vervoeging van
formar

formen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van formar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van formar