aanbidders

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bid·ders

Zelfstandig naamwoord

aanbidders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanbidder

Gangbaarheid


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

aanbidders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aanbidder