énergie

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • é·ner·gie

Zelfstandig naamwoord

énergie v

  1. energie, vermogen
    «Il y a un manque évident de dimension collective au niveau du gouvernement. C’est d’autant plus étonnant que, étant débarrassé de la prise en charge de la dimension communautaire, il aurait pu y mettre tout son énergie
    Deze regering is geheel gespeend van enige collectieve dimensie. Dat wekt des te meer verbazing daar ze het communautaire vraagstuk van zich heeft afgeschoven en ze dus al haar energie in dit project had kunnen steken.[1]

Verwijzingen