kijken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: kiken
Germaans: *kīkanan
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: keek, Duits: gucken, Fries: kykje
Noord: Zweeds: kika, Deens: kigge, IJslands: kikja
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kijken
'kɛɪkə(n)
keek
kek
gekeken
ɣə'kekə(n)
klasse 1 volledig

Werkwoord

kijken

  1. ~ naar: gericht of met aandacht waarnemen met het oog
    Hij liep weer naar mooie meisjes te kijken.
  2. ~ naar: een probleem onder ogen nemen (en er eventueel wat aan doen)
    Je moet daar echt naar laten kijken, dat is niet normaal.
  3. iets ~
    Hij zat videoclips te kijken.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gewijzigd op 20 aug 2013 om 06:13