zegswijzetje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zegs·wij·ze·tje

Zelfstandig naamwoord

zegswijzetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zegswijs
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zegswijze