volumen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vo·lu·men

Zelfstandig naamwoord

volumen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord volume

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be