verkolens

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ko·lens

Zelfstandig naamwoord

verkolens

  1. genitief van verkolen
    • Mevrouw Jansen slaagde er gisteren in de vissticks van Iglo, drie minuten baktijd, tot verkolens toe te laten aanbranden. 

Gangbaarheid