vallens

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • val·lens

Zelfstandig naamwoord

vallens

  1. genitief van vallen
    • Meer en meer wordt de afdaling zwaarder, het grind schuift regelmatig onder onze voeten weg en doet ons, tot vallens toe, achterover glijden. 

Gangbaarheid