sweetheart

Engels

Uitspraak
  • VK: /ˈswiːtˌhɑːt/
  • VS: /ˈswitˌhɑɹt/, [ˈswiˌɾ(ʱ)ɑɹt̠̚]
  •  Audio (US)    (hulp, bestand)
enkelvoud meervoud
sweetheart sweethearts

Zelfstandig naamwoord

sweetheart

  1. liefje, geliefde, schat
    «He had a sweetheart in every port.»
    Hij had een liefje in iedere haven