stadions

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·di·ons

Zelfstandig naamwoord

stadions mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stadion


Deens

Woordafbreking
  • sta·di·ons

Zelfstandig naamwoord

stadions, o

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van stadion

Zelfstandig naamwoord

stadions, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van stadion (niet-officiële vorm)
Schrijfwijzen


Noors

Woordafbreking
  • sta·di·ons
Naar frequentie > 50000

Zelfstandig naamwoord

stadions, o

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van stadion