enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  participe     le participe     participes     les participes  

participe m

  1. (grammatica) deelwoord
vervoeging van
participer

participe

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van participer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van participer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van participer


vervoeging van
participar

participe

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van participar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van participar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van participar