notitieboekje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ti·tie·boek·je

Zelfstandig naamwoord

notitieboekje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord notitieboek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be