Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mal·ler

Bijvoeglijk naamwoord

maller

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van mal

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be