maaltje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maal·tje

Zelfstandig naamwoord

maaltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord maal

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be