krakertje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kra·ker·tje

Zelfstandig naamwoord

krakertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kraker

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be