kooikerhondje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kooi·ker·hond·je

Zelfstandig naamwoord

kooikerhondje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kooikerhond

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be