briefcase

Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈbɹiːfˌkeɪs/
enkelvoud meervoud
briefcase briefcases

Zelfstandig naamwoord

briefcase

  1. attachékoffer, aktetas
    «She openend her briefcase and took out the documents.»
    Zij opende haar attachékoffertje en haalde er de documenten uit.