bovenlijven

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·lij·ven

Zelfstandig naamwoord

bovenlijven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bovenlijf
     Hij omhelsde haar liefdevol, drukte hun bovenlijven zacht tegen elkaar en fluisterde lieve woordjes.[1]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2