Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·jes

Zelfstandig naamwoord

bosjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bos

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be