Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bol·le

Bijvoeglijk naamwoord

bolle

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bol
     'Goed gezien, bolle,' bracht Jochem tussen twee stappen door hijgend uit.[1]

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be