bepaalt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·paalt

Werkwoord

vervoeging van
bepalen

bepaalt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepalen
    • Jij bepaalt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepalen
    • Hij bepaalt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bepalen
    • Bepaalt!