• be·leg·de
vervoeging van
beleggen

belegde

  1. enkelvoud verleden tijd van beleggen
    • Ik belegde. 
    • Jij belegde. 
    • Hij, zij, het belegde. 
  2. verbogen vorm van belegd, voltooid deelwoord van beleggen
     Wethouder Boudewijn Revis gaat de taken van de opgestapte burgemeester Krikke waarnemen tot een interim-burgemeester is benoemd. Dat is in een in allerijl belegde collegevergadering besloten.[1]
  1.   Weblink bron “Haagse burgemeester Pauline Krikke stapt per direct op” (Zondag 6 oktober 2019, 17:46), NOS