barretjes

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·re·tjes

Zelfstandig naamwoord

barretjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bar
     Volle eettafels, barretjes waarop talloze glazen stonden, de lachende gezichten van Max en Dennis.[1]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2