Afrikanen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Afri·ka·nen

Zelfstandig naamwoord

Afrikanen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Afrikaan
     De Engelsen en hun geallieerden hadden honderdduizenden Afrikanen afgeslacht, hun eigen en die van de vijand, ze waren de meest meedogenloze menselijke beesten van de aarde.[1]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691