• zwaar·wich·ti·ge

zwaarwichtige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zwaarwichtig
     In de woorden van Blok: Reeds toen was hij aangevangen met die talrijke reizen naar archieven, die hij in later jaren nog zo dikwijls zou herhalen, vol ijver in het naspeuren, altijd gewapend met de zwaarwichtige reistas, waarin hij zijn kostbare papieren placht te torsen.[1]


  1. “Fortuna's kinderen” (2021), Hollands diep, ISBN 9789048858972