wolletje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·le·tje

Zelfstandig naamwoord

wolletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wol

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be