witgatje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·gat·je

Zelfstandig naamwoord

witgatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord witgat

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be