vroegmaalde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vroeg·maal·de

Werkwoord

vervoeging van
vroegmalen

vroegmaalde

  1. enkelvoud verleden tijd van vroegmalen
    • Ik vroegmaalde. 
    • Jij vroegmaalde. 
    • Hij, zij, het vroegmaalde.