Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vim·men

Zelfstandig naamwoord

de vimmenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vim

Gangbaarheid

8 % van de Nederlanders;
13 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be