raderwieltje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·der·wiel·tje

Zelfstandig naamwoord

raderwieltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord raderwiel

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be