ochtendmaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • och·tend·maal

Werkwoord

vervoeging van
ochtendmalen

ochtendmaal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ochtendmalen
    • Ik ochtendmaal. 
  2. gebiedende wijs van ochtendmalen
    • Ochtendmaal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ochtendmalen
    • Ochtendmaal je?