Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • lær·te
Naar frequentie 1154

Werkwoord

lærte

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lære


Noors

Woordafbreking
  • lær·te

Bijvoeglijk naamwoord

lærte

  1. bepaald enkelvoud van lært

lærte

  1. meervoud van lært

Werkwoord

lærte

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lære