kleuters

Gelukkige, spelende kleuters

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleu·ters

Zelfstandig naamwoord

kleuters mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleuter

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be