franchiset

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fran·chiset

Werkwoord

vervoeging van
franchisen

franchiset

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van franchisen
    • Jij franchiset. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van franchisen
    • Hij franchiset. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van franchisen
    • Franchiset! 

Gangbaarheid