bekentekende

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ken·te·ken·de

Werkwoord

vervoeging van
bekentekenen

bekentekende

  1. enkelvoud verleden tijd van bekentekenen
    • Ik bekentekende. 
    • Jij bekentekende. 
    • Hij, zij, het bekentekende. 

Gangbaarheid